Waarom het herdenken van de #Februaristaking 1941 zo urgent is

In de vorige blog heb ik eigenlijk al de relatie aangegeven tussen Valentijnsdag en de Nederlandse samenleving: samenleving als huis om in te wonen, om zo als thuis te zijn voor elke Nederlander. Jong, oud, nieuwe en oude kaaskoppen. Een moeilijk beginsel voor hen die vinden dat de nieuwe kaaskoppen zich aan moeten passen aan de culturele tradities – dit valt overigens niet samen met de democratische rechtsstaat – van de oude kaaskoppen en waar tradities eerder het “aanbidden van as” dan “het doorgeven van vuur” zijn. Het eerste is eerder een statische houding jegens traditie en de laatste een dynamische. Het laatste kent een meer inclusieve houding en schept ruimte voor veranderingen in desbetreffende traditie.

De Februaristaking is een dag waarop we het “enige politieke verzet in Europa in bezet land” herdenken. Zoals dit gedicht van vermoedelijk Sem Davids – op de website van de Februaristaking – krachtig samenvattend zegt:

25 februari 1941

– dag van Amsterdam

Wat men uit dezen bitt’ren tijd Aan uur en dag vergeten mag;
Nooit deze onvolprezen dag. 
Toen ’t volk, dreiging en dood ten spijt, 
Terwille der gerechtigheid, 
Opstond voor ’t volk dat onderlag.

Het volk dat – toentertijd – onderlag, lag niet zomaar onderop. Dat gebeurd niet zomaar. Dat het ene volk zich boven het andere schaart. Het ene volk zich meer rechten toe-eigent dan het andere. Dat mogen we niet vergeten! Dat het gebeurd is en hoe het gebeurd is. Ik luisterde altijd met verbazing naar m’n overgrootopa, die ik pake noemen mag, hoe hij vertelde over de oorlog. Dat hij zich gelukkig prijzen mocht dat hij door de oog van de naald ontsnapt is aan de ogen van de nazi’s. Hij stond aan de goede kant, in die zin dat hij weigerde om voor hen te werken. Ik weet niet of hij al wist wat de nazi’s van plan waren te doen. Ik was allereerst natuurlijk geboeid door zijn heldhaftige verzet, maar later drong mij pas door wat er echt aan de hand was. Niet de weigering van mijn pake om voor de nazi’s te werken zou collectieve geschiedenis schrijven maar de slachtoffers, de verzetshelden van groter karikatuur en daders. De mensen die niets van zich hadden laten horen, daar horen we maar weinig van. De momenten waar ze zich hebben laten horen, horen we nog steeds wat van. Niet alleen vanwege de moed op persoonlijk vlak, maar vanwege de bijdrage aan het collectief: de Nederlandse samenleving. “Opdat wij niet vergeten,” klinkt herhaaldelijk op 4 mei. Aanvullend zou ik zeggen: in geest en hart. We kunnen het intellectueel niet vergeten, maar in ons handelen en denken sluimerend herhalen. Het is ook gemakkelijk: “ik eerst, dan jij niet, dan weer ik.”

fbs_website_header_1260x240_zonder_tekst
Foto Website februaristaking.nl

Februaristaking is dit jaar nog belangrijker. Elf dagen na Valentijnsdag. Maar wat mij betreft Valentijnsdag van het collectief. Waarbij niet de ene bevolkingsgroep onder de ander ligt, en zo het wij-zij-denken als samenlevingsparadigma aan de kant wordt geschoven. Wij moeten realiseren dat de Nederlandse cultuur niet in steen is gebeiteld of dat die slechts toebehoort aan de “oude kaaskoppen”. Cultuur, lijkt mij, is niet alleen iets waar je door middel van tradities op teruggrijpt of naar terugkijkt, het zet je ook in beweging om vooruit te kijken: hoe wil ik samenleven met de mensen om mij heen. Zoals Bas Heijne in zijn boekje Staat van Nederland: een pleidooi zich niet afvraagt “wie zijn wij?”, maar “wie willen wij zijn?”. En in deze zin is de Februaristaking een bijzondere culturele traditie om mee te beginnen. In het herdenken, het “opnieuw voor de geest brengen,” het “weer in gedachten brengen,” concluderen wij: dit nooit weer, maar als het zich voordoet dat de ene groep onderligt willen wij “terwille der gerechtigheid” opstaan “voor ’t volk dat onderlag.”

Doorgaan met het lezen van “Waarom het herdenken van de #Februaristaking 1941 zo urgent is”

#Valentijnsdag 2017: Nederland moet niet #deislamiseren maar de-stereotyperen

Valentijdsdag 2017 begon met wat hartjes en kusjes over en weer met m’n lieve vriendin. En ik dacht: ik voel mij thuis bij haar. Vervolgens werd mij onder ogen gebracht de Valentijns Dilemma op dinsdag: of JE HEBT EEN ROOS TUSSEN JE TANDEN ALS JE ONDERWEG BENT – OF – JE MOET ELKE DAG EEN SERENADE BRENGEN AAN DE EERSTE PERSOON DIE JE ZIET OP STRAAT. (Ik koos voor 1. omdat 2. m.b.t. mij de wereld qua liefde niet verder helpt). Al snel daarna zag ik wat krantenkoppen, waarvan ik daarvoor niet had gehoopt dat ik ze had willen zien. Het was de eerste dag na twee weken, dat ik mij weer wat nieuws liet voeden. Achteraf een geschikt moment: Valentijnsdag, de dag van liefde, als begin(sel). Toch voelde het toch ook weer wat onwennig: de drang om te moeten weten wat er speelt in de wereld, empathie voelen voor de mensen om je heen die zich niet ten eerste in jouw eigen kring bevinden, claimende dat ik een rol speel in deze wereld. Mijn oog viel op het artikel: “Marokkaanse Nederlanders zoeken uitwijkplan: voor het geval dat” (€, Blendle). Mijn eerste reactie was een gevoel van bibberen, niet van angst, maar van lichte woede. Ik kan het niet. Ik kan het niet uitstaan dat in Nederland er nog steeds Nederlanders zijn die zich ervaren als tweederangs- of derderangsburgers. Die zodoende niet volledig als Nederlander worden herkend. Die zodoende niet ten eerste als Nederlander wordt gezien. Het gevoel dat je je niet veilig voelt in eigen land. Dat je toekomst niet garant is vanwege je afkomst. Een onwerkelijk gevoel. Het is niet alleen de angst voor de winst van een politieke partij dat zich anti-marrokaans uit, maar wat als deze opvatting – sluimerend – door je buren, collega’s, vrienden wordt gedeeld?

 

 

elie-wiesel-660x350-1468561775
Elie Wiesel (1928, Roemenië – 2016, New York, USA)

 

Mijn oog viel gister op een uitspraak van de Joods-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel in het boekje Broederschap, Pleidooi voor Verbondenheid (blz. 44) van Frans Timmermans: “het [=totalitaire regimes] begint ermee dat je mensen niet als individuen behandelt, maar in een groep plaatst, en die groep dan vervolgens van karaktertrekken voorziet: ‘Joden zijn gierig, dat weten we toch allemaal’, Moslims kun je niet vertrouwen, dat is toch zo’, ‘Fransen zijn ongelovige kruisvaarders, kijk maar in de geschiedenis’.” Ik ben blij dat het nog steeds Valentijnsdag is. Er is hoop, immers we hoeven deze keuze van stereotypering niet te maken. Ik weet ook dat dit de realiteit is: waar wij allen, wie wij ook zijn, welke huidskleur we ook hebben, wat onze afkomst ook is, op wie wij ook vallen, naar een plek verlangen waar wij ons thuis kunnen voelen – ik moet overigens denken aan het kitscherige, doch waarachtige “Home is where the heart is“- , waar we geliefd worden door onze geliefden. Maar toch ook verlangen naar het geliefd worden in het grotere plaatje buiten het thuis van de familie in het thuis van de Nederlandse samenleving tussen je buren, tussen je collega’s en tussen je vrienden, maar bovenal tussen al die andere Nederlanders.

Daarom Happy Valentines Day, voor iedereen die zich niet thuis voelt in Nederland. Voor hen die zich niet op hun gemak voelen in Nederland. Voor hen die onterecht een stap harder moeten zetten voor hun carrière. Voor hen die een leven onder ‘Geert ‘minder minder’ Wilders’ – terecht – niet zien zitten. Weet dat jij, wat ‘hun’ ook zeggen, ten eerste voor mij een Nederlander bent, dat je het recht hebt om je hier thuis te voelen!

Ik wil mijn stem daarom ook nogmaals op 15 maart vanuit dit beginsel inzetten! Nederland moet niet de-islamiseren, maar de-stereotyperen. Zo dat wij elkaar van aangezicht tot aangezicht zullen zien en zo als individuen met gelijke burgerschapsrechten.

Jij ook?