Pasen is nooit ten bate van uitsluiting, eerder als een zegen voor allen.

Ik leef al een aantal weken naar Pasen toe. Niet omdat het zomaar Pasen wordt. Maar vanwege de zogenaamde veertigdagentijd. Een tijd van bezinning – wat het nou betekent om daadwerkelijk volledig te leven en mens te zijn, in het licht van de opstanding. Gisteren bleek bij @Elsevier dat Pasen wordt bedreigd door “moslim-fluisteraars, cultuur-relativisten, identity-politici, importeurs van Angelsaksische commercie en multiculturaliteit.” De ene term bekender dan de ander, in ieder geval door mensen die de Nederlandse cultuur volgens redacteur Syp Wynia, niet genoeg waarderen. We moeten goed opletten. Pasen kan zomaar het toneel worden, zoals Sinterklaas – en dan voornamelijk de issue met Zwarte Piet -, ja, van wat eigenlijk? De vraag hoe Pasen überhaupt bedreigd kan worden, is nog raadselachtiger.

Al gauw, blijkt het geval te zijn dat Nederland niet meer het Nederland is van vroeger. Ik citeer Wynia: “Allerheiligen en Sint Maarten worden bedreigd door Halloween, Sinterklaas her en der zijn kruis al kwijt is, Zwarte Piet in de grote steden nog zelden zwart is, de kerstboom er steeds abstracter uitziet en Kerst een Winterfeest aan het worden is.”

Als theoloog raak ik wel enigzins teleurgesteld, ik dacht dat het om een theologische discussie ging. Alleen is dit allesbehalve het geval. Het zogenaamde discours is cultureel en politiek beladen. Pasen moet even op toneel komen om even te laten zien, dat Nederlanders Pasen vieren en dat alle Nederlanders dat niet gek moeten vinden. De gehele boodschap (lees: Evangelie) achter het Paasverhaal en -feest terzijde. Het paasfeest is nou eenmaal “diepgeworteld.” Nieuwe kaaskoppen moeten zich maar aanpassen aan de oude kaaskoppen. Pasen wordt zo gebruikt als nationalistische verzetsdaad tegen elke nieuwe kaaskop die zich hiertegen verzet, om te bepalen wie de macht heeft – ofwel: de wet van de sterkste.

Het paasfeest dat allesbehalve een Nederlands nationaal feest is of ethnisch geladen is, eerder een universeel profetische antifoon. Alleen op deze wijze door Wynia gebruikt om te bepalen wie de macht in handen heeft. Voor zulk cultuurchristendom ben ik niet te strikken. Presentie van het christendom gaat niet ten koste van minderheidsgroepen en migrantengroepen. En ook niet gebruikt als verzetsdaad tegen “assertieve migrantengroepen”, die terrecht gelijkheid claimen niet alleen vanwege koloniale terreur in de Nederlandse geschiedenis, ook vanwege de huidige white priviledge en institiutioneel racisme. “Het christendom” wordt verleidelijk uit de marge geroepen om weer mee te doen, alleen laten we deze zure appel niet aannemen. Zeker als het betekent dat christelijke presentie gebruikt wordt als uitsluitingsmechanisme.

De roep van Syp Wynia doet mij denken aan het bijbelverhaal over de slang in het hof van Eden. Je kent het mythische verhaal waarschijnlijk wel. Eva weet zich verleidt door de slang, zij eet de appel waardoor zij kennis vergaart van goed en kwaad, de rest is geschiedenis. Het gaat mij althans om de scene voor het eten van de appel, immers deze Eva is niet zomaar een bijbelse figuur, ook niet zomaar de ‘vrouw van’, maar een belangrijke tegenover voor de eenzame mens/Adam. God zag dat deze Adam alleen was, dat was niet goed en God dacht een ‘hulp als zijn tegenover’. Deze vrouwelijke mens komt voort uit de rib van de andere mens. En de voorheen eenzame mens/Adam wordt een man van deze vrouw. Zo zou het moeten zijn, zoals deze relationaliteit. Van aangezicht tot aangezicht. Zonder schaamte. De scene bij de boom met de slang speelt zich voorts af. De slang weet de vrouw niet alleen te verleiden tot het eten van de appel, ook in het verbreken van de existentiële relatie met Adam, met de andere mens. De vrouw staat niet van aangezicht tot aangezicht met de andere mens, maar met de slang. Een relatie lijkt te zijn verbroken, de schaamte speelt op en de preutsheid ontstaat als zij zich kleden met bladeren. De slang weet de relatie tussen de vrouwelijke mens en de mannelijke mens te onthutsen. Het is blijkbaar vanaf nu nodig om bepaalde dingen van het lichaam – en het leven – te bedekken en te beschermen, het is nodig om de verschillen tussen elkaar te benoemen.

Wynia is in het geval van deze vergelijking de slang die ons op een listige wijze ons voor een vals dilemma strikt. Namelijk óf bescherming van de Nederlandse identiteit en tegen alle nieuwe kaaskoppen om samen Pasen te vieren óf Nederland en de macht verliezen. Syp Wynia mag dan geen cultuur-relativist zijn, wel een cultuur-reductivist. Waar één bevolkingsgroep temidden van andere groepen bepaalt hoe het heurt in Nederland en tegelijk volledig de macht in handen heeft. Het valse dilemma van Syp Wynia geeft geen ruimte voor broederschap. In plaats van tevergeefs te zoeken naar symbolen die de Nederlandse identiteit bepalen maar tegelijk als uitsluitingsmechanisme dienen, is het wijzer om gezamenlijk – oude en nieuwe kaaskoppen – nieuwe symbolen te zoeken die ons verbindt en uitsluit. Zodat we elkaar van aangezicht tot aangezicht kunnen zien en onze medemenslijkheid niet verliezen.

Screenshot 2017-03-30 at 11.18.59 PM
Deel van een fresco (1351-1360) uit de Abdij van Pomposa (Italië), dat goed laat zien wat het effect van de mythische slang is. In plaats van de ene Adam – die toch nog onvermoeid de vrouw, die tegenover hem zit, aankijkt – is de blik van de andere mens, Eva, afgedwaald van het aangezicht van Adam naar de slang en de appel. Het verhaal van de twee zonen van Adam en Eva is aaneensluitend, op dit verhaal van medemenslijkeheid.

Laat jouw paasfeest niet ten bate zijn van andermans uitsluiting, eerder een Gezegend Pasen voor allen: