Zag Amsterdamse aanpak radicalisering religie over het hoofd? @trouw

Afgelopen dinsdag berichtte Trouw over het radicaliseringbeleid in Amsterdam. Met als kop Amsterdamse aanpak radicalisering zag religie over het hoofd (Blendle). Volgens de onderzoekers Beatrice de Graaf (terrorismedeskundige en verbonden aan de Universiteit Utrecht) en Daan Weggemans (als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden) “viel de ‘Amsterdamse aanpak’ in de beeldvorming op door een ongemakkelijke houding ten aanzien van het vraagstuk van de raakvlakken tussen terrorisme/ radicalisering en religie.” [1]

Zij beschrijven dit als ‘religieuze ruis’ of ‘religieuze kramp’ van het Amsterdamse radicaliseringsbeleid. Deze ruis was enerzijds het gevolg van een nadruk op de sociale en praktische domein en ontbreken van een ideologische domein anderzijds het indicidentele contact met religieuze instellingen in plaats van strucuturele en periodieke contact zoals in andere steden in Nederland. Een aanbeveling voor het Amterdamse radicaliseringsbeleid is het aangaan van samenwerkingsverbanden met religieuze instellingen aan de hand van in de relatie tussen kerk en staat te kiezen voor een ‘compenserende neutraliteit’ naast een ‘inclusieve neutraliteit’.[2] Daarnaast om een ‘doorgaande gesprek’ met religieuze instellingen te behouden, zoals de Utrechtse Raad dat doet met de Al-Fitrah moskee. En om in het kader van kennisopbouw op te trekken met erkende experts en onderzoekers. [3]

Toch is de conclusie van Trouw niet één van hoofdconclusie en -aanbevelingen van De Graaf en Weggemans zoals te vinden is in de samenvatting op de eerste bladzijde. In vergelijking tot andere steden is Amsterdam een andere weg ingegaan waarvan gebrek aan checks and balances de hoofdmoot van kritiek is en problemen rond beeldvorming van radialiseringsbeleid door internes affaires in bedrijfsvoering aanleiding zijn voor de primaire problemen [zie vooral blz.5 en noot 7]. Advies is wat betreft radicaliseringsbeleid in het algemeen en religie in het bijzonder ga structureel en strategisch aan de slag met (religieuze) netwerken in de stad en het onderzoeksveld (ook dus wat betreft religie).

Aan de andere kant is het zeer goed dat in het radicaliseringsbeleid niet slechts de focus is op het ideologische domein maar dus ook op het sociale en praktische domein. Omar Ramadan (expert radicalisering) stelt bijvoorbeeld in Nieuwsuur “door te focussen op alleen maar religie of alleen maar maatschappelijke buitensluiting of alleen maar ontspoorde criminelen, mis je dingen.” [4] Of vergelijk de masterscriptie van Rutger de Reu die naast religie als identiteitsvorming zich allereerst focust op de problemen van integratie en de desbetreffende invloed op radicalisering. [5]


[1] Beatrice de Graaf en Daan Weggemans, Quickscan Amsterdamse Radicalisering en Terrorisme. 14-02-2018. [https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/6209719/1/Quickscan_Amsterdamse_aanpak_radicalisering_en_terrorisme, geraadpleegd op 22-02-2018]

[2] zie [1]

[3] Op blz. 8 van de quickscan citeren De Graaf en Weggemans o.a. College B&W Amsterdam, Notitie scheiding kerk en staat, Amsterdam 2008.

[4] Nieuwsuur, Waar ging het mis met de deradicalisering in Amsterdam? 14-09-2017, https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2192906-waar-ging-het-mis-met-de-deradicalisering-in-amsterdam.html, geraadpleegd op 22-02-2018.

[5] De Reu, Rutger, and Rik Coolsaet. De Jihadistische Rekrutering In Europa. Diss. lic. politieke wetenschappen. [Permalink]