Kan #beeldenstorm van koloniale figuren een heilige geschiedschrijving teweegbrengen?

Een paar weken geleden stond in Nederland de #beeldenstorm van koloniale figuren op de agenda (Google News). De aanleiding van deze landelijke discussie was een interview van Joost Vullings met de premier Rutte over het verdwijnen van de buste van Johan Maurits uit de ontvangsthal van het Mauritshuis en zijn waarschuwing over het beoordelen van geschiedenis met onze eigen bril (NOS). De relevantie van het vak geschiedenis is volgens mij jezelf kunnen plaatsen in een sociale en maatschappelijke wereld die niet zomaar is ontstaan en die nooit ideaal dan wel perfect is geweest. In Buitenhof bleek al snel door het commentaar van de directrice van het Mauritshuis, Emilie Gordenker, dat de verdwijning van deze buste helemaal niet had plaatsgevonden en geeft terloops kritiek op andere ontstane misverstanden in deze discussie (Buitenhof).

Maar toch was de landelijke discussie al geboren! Want wat doen wij eigenlijk met deze koloniale standbeelden op onze pleinen? Of met koloniale straatnamen? Scholen, pleinen, tunnels etc etc met namen van onze Nederlandse kolonisatoren? Moeten wij hier nou trots op zijn? Of schaamrood om heen lopen? Hoe gaan wij om met een ander kritisch perspectief op onze geschiedenis? Maken wij een beeld, voorstelling, van de Nederlandse geschiedenis die niet anders mag zijn dan het bestaande beeld of mag deze geschiedschrijving ook fluïde zijn en voorwerp van een kritisch gespreksonderwerp?

Deed mij denken aan een bijbeltekst (NB) uit Exodus over het maken van beelden:

4 Niet zul je voor jezelf maken
een snijbeeld of welke gestalte ook 

die is in de hemelen boven, 
die is op het aardland beneden 
of die is in de wateren onder het aardland!

5 Níet zul je je voor hen buigen 
en níet zul je hen dienen; 
want ik, 
de Ene, God-over-jou, ben een naijverig God 
die onrecht van vaders aan zónen bezoekt,
aan derden en vierden
van hen die mij haten;

6 en die vriendschap bewijst aan dúizenden: 
aan hen die mij liefhebben
en mijn geboden bewaken!

Deze wijsheid, die volgens mij niet slechts gaat over het maken van een voorstelling van het goddelijke, is toepasbaar voor welke voorstelling en het gepaarde proces dan ook. We moeten nou nu niet doen alsof we het begrijpen of sterker: geheel begrijpen. Er zullen altijd facetten zijn van het goddelijke dan wel onze nationale geschiedenis die nog niet aangekaart zijn of in onze bestaande voorstelling een plek heb gekregen. Hoe mooi is het om de verschillende stemmen, kritisch of beamend, mee te nemen in onze reflectie op onze geschiedenis. 

Ons Nederlands koloniale verleden is niet alleen maar prachtig zoals het Mauritshuis, zowel binnen in de voorstelling als buiten zichtbaar in het gebouw, de Amsterdamse grachten en het criminiologisch onderzoek (1) [dat witte sollicitant met een strafbeeld kansrijker is dan “allochtoon” zonder strafblad] (NOS) ons vertellen. Er is ook een perspectief, een stem, dat steeds luider een verhaal wil vertellen, door de effecten en gevolgen voor de onderdrukten, de zwarte tot slaaf-gemaakte mensen. De VOC-mentaliteit is niet alleen maar hiep-hiep-hoera, verkennend in de wereld staan maar ook andere mensen tot slaaf maken en hun land uitbuiten. Jouw voorstellingen of de voorstellingen van jouw groep van het goddelijke of van de Nederlandse geschiedenis zijn niet absoluut universeel geldig of anders gezegd: hoe dan ook heilig.

Het heilige is voor mij althans niet datgene wat mensen apart zet in kwalitatieve zin van andere mensen. Het heilige heeft volgens mij altijd iets relationeels op het oog, een ontmoeting, een luisterend oor, een herkenningsgeknik van binnen. Zoals het ideaal van de broederschap, de mensenlijkheid, de mensenrechten. Zoals de eerste zwarte Zuid-Afrikaanse Aartsbisschop Desmond Tutu mij leert Gods droom is dat wij andere mensen als familieleden zien. (2)

Een rabbi vroeg aan zijn leerlingen: ‘hoe bepaal je het moment waarop de nacht ten einde is en de dag begint?’ Een van zijn leerlingen zei: ‘Wanneer je in de verte een hond van een schaap kunt onderscheiden?’ Een ander zei: ‘Wanneer je van verre een dadelboom van een vijgenboom kunt onderscheiden?’ De rabbi zei: “Nee. Wanneer je in het gezicht van een mens kijkt en daarin je zuster of broeder ziet. Dan weet je dat de nacht is geweken en dag is aangebroken.’ (Catechismus van de Compassie, p.25)

Gelukkig ben je als je je leven niet leidt met ontornbare beelden, voorstellingen maar bewust wordt dat jij als een evenbeeld, misschien wel sprekend lijkt op je medemens!


(*) Afbeelding vanaf website Rijksmuseum.

(1) Het koloniale verleden is niet alleen zichtbaar in het materiële. Maar ook kortgezegd in het feit dat ik als witte man privileges “heb” (white privilege) die vergelijkend een zwarte man niet heeft, om nog maar te zwijgen over de dimensies van gender en seksualiteit. Dat betekent ongekend veel ten aanzien van mijn bevoordeelde positie op de arbeidsmarkt, woningmarkt etc. Vgl. Gloria Wekker, Witte onschuld en Anousha Zume, Hallo witte mensen. 

(2) “What would ik mean for you to see everyone around you as a brother or sister? How would you treat them differently? What keeps jou from welcoming them into your family? As you ses people in the street, and opinious, judgments, and prejudces leap to mind, can you see them as not this or that, but as a child of God, as your brother or sister?” Uit God has a Dream, A Vision of Hope for Our Time, p.137.

Wie wil de Unie van Rotterdam schrijven?

Unie van Rotterdam: pleidooi voor het vieren en erkennen van het gelijkheidsbeginsel en vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing

Messcherp analyseren de Trouwverslaggevers het interview met Aboutaleb: “de islam kan volgens hem nu nog niet dezelfde rechten claimen als het christendom”. Ondanks de veronderstelling van Aboutaleb dat “de meeste Nederlanders nog niet zo ver zijn dat de Islam in de openbare ruimte zichtbaarder wordt”, geldt de Nederlandse Grondwet ook in Rotterdam. Dat betekent dat niet het volk bepaalt of “we” ver genoeg zijn voor onze medeburgers, want “onze” grondwettelijke norm wat betreft vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing is al bepaalt in Artikel 6. Mag (politieke) polarisatie in 2017 blijven misschien?

Wie wil de Unie van Rotterdam schrijven? Als herinnering aan de bevochten eendracht, broederschap en aan de identieke staatsrechtelijke positie van zowel religieuze als seculiere levensbeschouwingen sinds  de Unie van Utrecht van 1579? Als een dromend pamflet dat geen enkele burger wordt uitgesloten van de ’Allen’ en dat een vredige gelijkheid tussen de aanhangers van religies, levensbeschouwingen en samenlevingsperspectieven als elkaars medeburgers op “dit heel kleine stukje aarde” geldt, ook tijdens de gemeenteraadscampagnes, ook in Rotterdam!

Dan klinken daarna, net zoals in Utrecht toentertijd, de kerklokken maar nu ook de Azan vanuit de Rotterdamse moskeeën.

bridge-rotterdam-erasmus-blue-735790

Zwarte Piet is wel degelijk racistisch: in de iconografie en verdediging

Als kind heb ik eerlijk gezegd nooit het verband gezien tussen racisme en de figuur zwarte piet. Tot en met mijn gang naar de VU in Amsterdam en verhuizing van Ermelo naar Haarlem was ik — eerlijk gezegd — ook helemaal niet bewust van wat racisme of discriminatie nou was, daadwerkelijk deed en voor impact had op het dagelijks leven van mensen! Ik mocht mij blijkbaar gelukkig prijzen met mijn witte huid, mannelijke lichaam, heteroseksuele geaardheid en christelijke achtergrond en geloof…

Ik ben langzamerhand in gezien dat dit verband er wel is! En dat is gekomen door het oprecht luisteren naar die stemmen – die maar onophoudelijk klinken. En mij telkens weer een spiegel voorhouden wat betreft het onschuldige kinderfeest!

Oké, dat het een kinderfeest is, mag geen argument zijn om racistische elementen in een kinderfeest toe te laten. Ik was blind voor die racistische elementen dat ik mij moest afvragen: wat zijn nu die racistische elementen? De documentaire Blackface van de Amerikaan Roger Ross Williams werpt een uitstekend outsiderperspectief (lees: spiegel) op het Hollandse “gezellige” kinderfeest en het activisme tegen Zwarte Piet:

Kortom: de iconografie — hoe zwarte piet er uitziet (zwart, rode lippen, oorbellen) — is wel degelijk historisch beladen met slavernij; de bedoeling van het sinterklaasfeest: eerder een commercieel feest dan een kinderfeest in verband gebracht met de black minstrel shows; het negatieve en minderwaardig gevoel, en ongemak als effect van het feest voor mensen van kleur; protest tegen zwarte piet is per definitie een verstoring van de openbare orde; het racistische verbale geweld en agressie op het protest (beter: de protestanten) tegen Zwarte Piet.

Ik schrok (en schrik nog steeds, want dit is toch niet normaal?) van verbazing van het gehele mechanisme achter de verdediging van zwarte piet als niet-racistisch…

Ook dit weekend weer waar in Dokkum en Rotterdam er alles tegen gedaan is om de anti-Zwarte Piet-demonstranten te weren. Luister bijvoorbeeld de podcast (#KickOutZwartePiet met Anousha & Mariam – Bonusaflevering) van Dipsaus over de ervaringen in Dokkum en Rotterdam. Of de column van Alma Mathijsen in Vrij Nederland over de snelwegblokkade in Friesland, over de weerstand die deze demonstraten – blijkbaar – oproepen, over het dagelijks racisme, het ontbreken van verbazing van de blokkade, over de verbazing van het niet-oppakken van hen die de snelweg illegaal (strafbaar feit!) blokkeren, over de onpartijdigheid van de politie die – voor Alma de  eerste keer – opvalt… Of dat de groep Kick Out Zwarte Piet door de AIVD, als links-extremistische club, in de gaten wordt gehouden.

377e022f-bb06-4515-9d38-e75a9919da71.jpeg
Een prachtig, warm beeld uit de fotoserie “Intocht van de Nieuwe Sint in Amsterdam” van Het Parool.

Durf de vergelijking haast niet te maken – ben nl. geen historicus -, maar doe het toch: ik moet namelijk denken aan de Amerikaanse burgenrechtenbeweging (leestip!!). Kort gezegd: mensen van kleur moesten achterin de bus zitten, naar zwarte scholen, naar andere eetgelegenheden gaan, en waren niet in het bezit van stemrecht. En de Amerikaanse burgenrechtenbeweging komt in verzet tegen dit gesegregeerde systeem.

Nu is de vergelijking scheef (daarvoor is het ook een vergelijking), omdat de grootte van de segregatie niet hetzelfde is. Maar let nu op de vergelijking: mensen van kleur, als anti-Zwarte Piet-demonstrant, mogen maar nauwelijks zitten op de stoel van een wit persoon, en niet in gelijke mate mee besluiten over het feest. Het stemrecht van mensen van kleur, niet in politieke zin maar de stem laten horen over maatschappelijke en politieke zaken, wordt vaker wel dan niet verstomd. Om nog maar te zwijgen van het politiegeweld tegen deze demonstranten en dat de Kick Out Zwarte Piet (KOZP) in de gaten gehouden wordt door de Nederlandse terrorismebestrijding (lees: AIVD).

Zij moeten maar eenvoudig opstaan (lees: openstaan) voor de traditie, de gebruiken, het “kinderfeest”.

Afsluiten wil ik met een actuele variatie op de zeer bekende woorden van Martin Luther King, I have a dream:

i have a dream
dat we mogen leven vanuit het gelijkheidsprincipe, Artikel 1,
dat iedereen gelijk is voor de wet
dat we mogen luisteren naar elke stem, 
welk lichaam daar ook bijhoort
niet onze kinderen centraal zetten
maar hun gezamenlijke toekomst!
welk land willen we doorgeven?
een land waar we langs elkaar heenrijden en elkaar blokkeren?
of ééntje waar we broederlijk-zusterlijk de Friese meren opvaren
gezamenlijk de wind mogen ervaren op onze stranden
dat mijn kinderen anderen niet zullen beoordelen op hun huidskleur
maar hun karakter!
de menselijke waarde mogen inzien van de ander
die zomaar een vriend(in) kan zijn!
niet verwerpen vanwege hun vreemdheid en kritiek
maar beoordelen op hun bespiegelingen
dat zij uiteindelijke niet bepalen 
wie een echte, normale Nederlandse burger is
maar de wet!
mogen we de komende dagen, maanden, jaren, elkaar in de ogen kijken
van aangezicht tot aangezicht
van mens tot mens
en afvragen:
is dit nou toekomstmuziek, hoe het nu gaat?
of een blokkade?
voor wie wij samen willen zijn?

Update 29-11-2017:

“Georgina Verbaan, Matthijs van de Sande Bakhuyzen, Jett Rebel, Renske de Greef, Nasrdin Dchar en Tofik Dibi zijn zes van de tweehonderd personen die woensdag online een grote campagne tegen Zwarte Piet lanceren.”


Update 22-10-2018:

Ook in 2018 staat zwarte piet terrecht op de agenda. Mede door de strafzaak van de zogenaamde blokeerfriezen die vorig jaar de A7 blokkeerden, begint de discussie vroeg in het jaar. Het OM eiste vooral taakstraffen tegen de verdachten en de uitspraak van de rechter zal begin november volgen. Deze strafzaak verbindt ook 2017 aan 2018.

Ik wil vooral wijzen op de tweet van Jerry Afriyie, die te gast was bij RTL Late Night. Alleen de avond verliep anders dan was afgesproken. Lees zijn verhaal op OneWorld:

Verder – dan je eigen bubble – kijken/lezen/luisteren:

 

 

Huidige koers #CDA niet voor alle Nederlanders

 

Een lied voor Kaïn #broederschap

Waarom viel je gezicht,

verhardde je hart,

sloeg je hem neer, je broer,

je beeld en gelijke.

 

Nu moet je dolen, je schuld

te groot om te dragen

opgejaagd in je geest

omdat je gedood hebt.

 

Speel op citer en fluiten,

probeer te vergeten.

Zoek dat liedje, dat ene,

dat doet vergeten.

 

Bouw de ijzeren stad,

gewapende vrede.

Krijg je kinderen, smeden

van dolken en zwaarden.

 

Waarom wilde je zijn

een  god, zonder broeder.

Waarom wilde je zijn

een mens zonder naaste.

 

Uit: Huub Oosterhuis, Nieuw Bijbels Liedboek.

Update: Kan een politieagente een #hoofddoek dragen bij de neutrale politie?

Update: (21-11)

Ondanks het (niet-bindend(!)) oordeel van het College voor de Rechten van de Mens over de zaak van agent Izat:

Heeft Minister Grapperhaus (Justitie) in een brief aan de Kamer medegedeeld dat in reactie op de specifieke klacht niet gehoor geeft aan het pleidooi om een hoofddoek te mogen dragen bij de Nationale Politie. Het argument een agent dient een neutrale uistraling te hebben blijft leidend.

Het artikel van Hassan Bahara, o.a. columinist voor de Volkskrant, maakte mij bewust van het discriminatoire karakter van het niet toelaten (dus: uitsluiten) van agenten met een hoofddoek bij de politie. Dat maakt de zaak moeilijk: de Nationale Politie streeft naar neutraliteit en moet om dat te bereiken discriminatoir handelen. Maar is zij hiermede dan onvervalst neutraal? Izats advocaat Betül Ozates is met een bijzondere zaak bezig, nl: “een herziening die ervoor zorgt dat moslima’s met een hoofddoek volwaardig kunnen participeren in het publieke domein.”

  • Verder lezen: Google News.
  • Nieuwsuur (20-11)
  • Wat is nu een neutrale uitstraling: inclusieve, exclusieve of compenserende neutraliteit. (Zie oratie rechtsfilosoof Wibren van der Burg, pp.29-42.)

Doorgaan met het lezen van “Update: Kan een politieagente een #hoofddoek dragen bij de neutrale politie?”

#Koningsdag: is dit eigenlijk wel een nationaal feestje waard?

Terwijl wij donderdag Koningsdag vieren, de verjaardag van de vijftig jaar wordende Koning Willem-Alexander, viert Zuid-Afrika Freedom Day. De dag waarop Zuid-Afrika voor het eerst – na de afschaffing van de Apartheid – officiële verkiezingen gehouden heeft. Dat is nogal een reden voor een feestje, lijkt mij zo! In Holland vieren wij een verjaardag, een mensenleven. Ik wil allesbehalve dan ondankbaar zijn, ook dat is uiteraard een reden voor een feestje. De vraag is toch: is het ook een nationaal feestje waard? Wat vieren wij nou eigenlijk met het mensenleven van Willen-Alexander? Ook zijn ambt en het koningshuis? Ik wil hier overigens niet de instrumentele vraag stellen naar het koningshuis of het ambt. Eerder de vraag naar de immateriële waarde van dit huis (van David?) en deze ambt.


Sidenote: met het zoeken naar de immateriële betekenis van het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden, kwam ik erachter dat Nederland een Koninkrijksdag kent. Dat overigens geen officiële feestdag is. Het sluimerende bestaan en de houding om het niet te vieren zegt wel iets over de Nederlandse trots op onze monarchie. Nu kun je zeggen dat Amerikaanse politiek meer om politici gaat dan politiek. In Nederland gaat de monarchie meer om de zittende monarch dan om het instituut.


Het Koninkrijk der Nederlanden wordt tot leven geroepen in 1813 nadat Nederland een lange tijd als Republiek der Zeven Nederlanden door het leven is gegaan, ofwel zonder koninklijk instituut heeft bestaan. Noord- en Zuid-Nederland werden met elkaar verenigd. Met het ontstaan van de Nederlandse monarchie volgt de grondwet van 1814 met o.a. daarin de gelijke bescherming van godsdiensten en een ontkoppeling van kerk en staat. En: de eerste en enige kamer van de Staten-Generaal zag het levenslicht (inclusief initiatiefrecht). In 1795 was er een al een lijst van beginselen aanvaard van ‘rechten van de mens en van de burger,’ vanaf toen heerste er enige godsdienstvrijheid en werden er – dankzij deze rechten – ook aan joden het burgerrecht verleend.  In de grondwet van 1815 was er geen sprake van Willem I als soevereine vorst maar als koning, ook werd er een voorstel aangenomen voor een dubbele Staten-Generaal, ofwel met een tweekamerstelsel. Deze momenten zorgden ervoor dat in Nederland de beginselen van vrijheid en gelijkheid grondwettelijk werden vastgelegd, en kon uitgroeien tot een democratische rechtsstaat.

Nederland wist zich in 1814 geïnspireerd door het voorbeeld van de Franse Revolutie, een nieuw regime met een gecentraliseerde eenheidsstaat. Voor een stadhouder was daarin geen plaats meer zoals de voorouders van Koning Willem I. De Republiek was verleden tijd, en volgens Gijsbert Karel van Hogendorp – de ontwerper van de grondwet van 1814 – zou een eventuele terugkomst van de uit ballingschap kerende prins Willem Frederik, als volgt eruit moeten zien: ‘als Soeverein van een koninkrijk met fundamentele wetten’. De Gaay Fortman stellen dan ook terecht de vraag: is dit nou niet historisch de omgekeerde weg? Zij wijzen op de grondwetsherziening van 1848, waarin de koning zijn politieke macht verliest en het staatsbestel wijzigt, ofwel de Nederlandse monarchie werd constitutioneel. 

Het ontstaan van de Nederlandse monarchie gaat gepaard met het proces van centralisering. Het proces van staats- en natievorming. Het proces van een exclusief tolerante christelijke natie naar een natie waarin er enige vrijheid van (on)godsdienst was. Ook ging dit ontstaan van de monarchie tezamen op met het ontstaan van de zogenaamde burger- en politieke rechten. De Nederlandse koning is vanwege deze burgerlijke mondigheid die getoond is in 1848 niet soeverein maar onschendbaar. De desbetreffende koning(in) regeert wel, maar is niet verantwoordelijk, dat zijn namelijk de ministers.

RP-P-OB-88.835.jpg
Aankomst van Z.M. Willem den Eersten Koning der Nederlanden, Prins van Oranje (…) te Scheveningen den 30st van Slagtmaand 1813, Willem van Senus, naar Jan Kamphuijsen, 1813. Te vinden in het Rijksmuseum.

Koningsdag krijgt zo enige waarde. Dat wij niet slechts het leven vieren van de koning, – of van koning pils – wellicht ook het Nederland in babyschoenen, waar uitgedokterd werd hoe zij als broeders en zusters elkaar de democratische vrijheid en gelijkheid gunnen. Het Nederland van vandaag is toe aan een herleving van onze grondwet enerzijds en de centraliserende werking van de grondwet anderzijds. Nederland is ook vandaag verdeeld. Althans er is één man. En volgens mij is hij bijna jarig. Die ons als Nederlandse burgers grondwettelijk wist – en weet te verbinden.

Leve onze koning! Leve allen die zich in Nederland bevinden!

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. – Artikel 1 van de Grondwet

Gebruik gemaakt van:

Nederlandse Religiegeschiedenis. (Hilversum, 2006) van Joris Eijnatten en Fred van Lieburg.

De Grondwetwijzer. Voor Democratisch Debat en Politieke Praktijk. (Amsterdam, 2017) van Bas en Olivier de Gaay Fortman.

Grondwetsherzieningen 1815 – heden. (Geraadpleegd 25 april 2017) op Parlement & Politiek.