Bonhoeffer over #hertovering van onze wereld(beeld)

“Het boek van Weizsäcker (1) over het wereldbeeld van de fysica houdt me nog erg bezig. Het is me weer eens duidelijk geworden dat we God niet mogen gebruiken om de lacunes in onze kennis aan te vullen, want dan wordt God teruggedrongen naarmate de wetenschap vooruitgaat en die vooruitgang is niet te stuiten. Dan is God constant op de terugtocht. (2) In wat we kennen moeten we God vinden, niet in wat we niet kennen. God wil begrepen worden in de opgeloste, niet in de open vragen. Dit geldt voor de verhouding van God-wetenschap. Maar evengoed voor de algemeen menselijke vragen van dood, lijden en schuld. We hebben op het ogenblik menselijke antwoorden op deze vragen, we hoeven niet terug te vallen op God. Ook zonder God komen de mensen klaar met deze vragen en dit is altijd zo geweest. Het is eenvoudig niet waar dat alleen het christendom hier een oplossing heeft. De christelijke antwoorden zijn niet meer of minder overtuigen dan eventuele andere oplossingen. Ook hier is God geen stoplap. Hij (sic!) moet erkend worden midden in het leven en niet pas aan de grenzen van ons kennen, als we sterk en gezond zijn en niet pas als we lijden, als we handelen en niet pas als we zondigen. Dit is gefundeerd op Gods openbaring in Jezus Christus. Hij is het centrum van het leven en kwam beslist niet om vragen te beantwoorden. Gezien vanuit het centrum vallen bepaalde vragen eenvoudig weg en ook het antwoord op die vragen (ik denk aan het oordeel over Jobs vrienden (3)). In Christus zijn geen ‘christelijke problemen’. (4) Genoeg hierover; ik werd juist weer eens gestoord.”

Dietrich Bonhoeffer, in Verzet en Overgave. Brieven en aantekeningen uit de gevangenis. (Baarn: Ten Have, derde druk), 260-1.

(1) Zie Weizsäckers boek "Zum Weltbild der Physik". 
(2) Dit proces wordt ook wel de onttovering van de wereld genoemd. 
En ook te vinden in "volledige terugtocht" bij de "God-is-dood" theologie. 
(3) Zie Job 42:7-9 
(4) Bonhoeffer stelt hier allesbehalve dat er geen problemen zullen zijn nadat iemand "in Christus" is. Eerder en liever - zo stelt Bonhoeffer - wordt geleefd met de voorgevallen problemen vanuit het midden: Christus. Dat wil zeggen, Christus wil met je zijn - als een Immanuël - in de problemen. Zo, - in deze relationele setting - "kunnen" onze problemen wel eens relativeerbaar zijn, iets vergankelijks, of zoals ik het graag zeg: het zou wel eens niet het laatste woord kunnen hebben.

#Manchester en de liturgische timing van #Hemelvaart 2017

Donderdag (25 mei) is het Hemelvaartsdag. Het had niet beter getimed kunnen worden, wat mij betreft. Het liturgisch jaar vestigt onze aandacht op de Opgestane Heer die vertrekt. Die heen gaat naar zijn vader. Ervandoor gaat. Terwijl Manchester huilt. Terwijl vaders en moeders hun kinderen missen. Kwijt zijn. Door die verschrikkelijk aanslag in Manchester! Alles wordt even relatief, zoals de Europa League finale. *toch hoop ik wel dat AJAX gaat winnen, by the way&* 

 

Een rare week. Nu in deze omstandigheden moeten wij ook nog eens *liturgisch afscheid nemen van onze Lieve Heer. Terwijl wij misschien wel huilen. Om de toestand. De onrecht, haat, hopeloosheid, a-gloriositeit en onmenselijkheid in de wereld om ons heen. In deze Hemelvaart klinkt bij mij een verontwaardigende (zoals de man beneden met de twee handen in de lucht) «waar ga je heen? ga toch niet! komt toch terug!» Die Hemelvaart voelt reëel – bijna spiritueel dan wel existentieel -, de godverlatendheid toont zich ongenadig in Manchester. De hopeloosheid van de ouders en omstanders. Schreeuwend voorbij de wolken – een «kyrie eleison, Heer ontferm u toch over ons!»

 

RP-P-1908-3629.jpg
Hemelvaart, anoniem, naar Abraham van Diepenbeeck, naar Schelte Adamsz. Bolswert, naar Peter Paul Rubens, 1630 – 1702.

 

Als JE dan toch ten hemel bent gegaan, regeer dan niet op een deïstische wijze, maar relationeel. Wees in ons midden als wij treuren of om treurenden staan. Ik wil niet herdenken dat JE afstand nam. Ik wil herdenken dat JE je goddelijke idealen – liefde & recht voor allen – najaagt. Wees dan nu toch HEER, een Ik-ben! Ik wil niet JE vertrek vieren. Eerder het verlangen, de hoop, dat JE nog eens terugkomt. Laat het maar Advent zijn eigenlijk donderdag, ik verlang niet naar JE afstand. Naar een Göd waar slechts Hemelvaart op het programma staat. En geen pinksteren, de kerk of een eventuele wederkomst.

Misschien vier ik dit wel: die Hemelvaart heeft niet het laatste woord. Ondanks deze geografische (in Manchester & overal waar haat/oorlog en onrecht telkens weer het levenslicht zien) en mijn spirituele Hemelvaart, zal er iets anders zijn – naar ons toekomen. Een Trooster. Troost ons verzoenend toch!

«Ik-ben, verlaat ons niet! JE, kom toch terug! Trooster, troost ons tot die tijd!»

Doorgaan met het lezen van “#Manchester en de liturgische timing van #Hemelvaart 2017”

Stukje #9 ~ Post-kerst: en nu?

Jezus geboren en nu?

Gekomen en nu?

Wat betekent het?

Dat Jezus gekomen is?

Dat hij de komende is?

De gekomende is?

Dat hij er is?

Dat God met ons is?

Als een Immanuël?

Is het slechts een verwondering?

Een troostende blijk?

Een kracht van binnen?

Dat wellicht aanzet tot ’n daad?

Is het nu aan ons?

Om te komen?

Temidden van de pijn?

Het lijden en verdriet?

Van mensen klein?

Van de wereld groot?

Als een Abram?

Gezegend en een zegen mogen zijn? (Gen 12)

 

day-12-dec-8-566892_advent_image
Embrace ~ Pedro Cano

 

Stukje #6 ~ Kerst is niet slechts een “Throwback Thursday”.

Matteüs 3:1-12.

Deze bijbeltekst in deze periode van Advent (waar o.a. het kindje Jezus wordt verwacht) lijkt raar, alleen laat het – oecumenisch – leesrooster, voor afgelopen zondag gepland, goed zien dat het kerstfeest niet – slechts – het feest is ter nagedachtenis van de geboorte van het babytje Jezus in Bethlehem.

Baby’s staan symbool voor het begin van het geleefde leven. Baby’s in de bijbel staan symbool voor de betrokkenheid van God op het geleefde leven. Kijk is naar alle onvruchtbare vrouwen in de bijbel: Eva baarde samen met God een zoon, Sarah baarde een “lach” die wij kennen als Izaäk, Hanna baarde Samuël die zij weer teruggaf aan God, Elizabeth baarde de roep uit de woestijn enzovoort. Baby´s staan zo symbool voor een toekomst van hoop. dat de lijn van het leven doorgaat. Kerst wordt zodoende het feest van het begin, het begin van Jezus’ leven, en met deze tekst uit Matteüs ook begin van datgene wat duidelijk wordt met de bede: “laat uwe Koninkrijk kome”. Kerst is een kreet van verwachting. Een roep uit de woestijn. Een verlangen van hoop naar het begin van iets moois. Een teken dat het leven doorgaat.

cx35gtaxaaa4mvl

Het kerstverhaal herinnert ons niet slechts aan de feitelijke geboorte van het babytje Jezus in Bethlehem, in een preuts kribbetje. Het herinnert ons wellicht ook in figuurlijk zin dat wij een Bethlehem – een huis van brood – mogen zijn.  Met de woorden van de mystieke dichter en arts Angelus Silesius (1624-1677):

“Was Jezus duizendmaal in Bethlehem geboren, en niet in uwe ziel, zo waart gij toch verloren.”

Bethlehem, en zo onze ziel, is een plek waar hemel en aarde elkaar ontmoeten. Al eens eerder was Bethlehem, de stad van David, het begin van een koninkrijk naar Gods hart. En met onze ziel zal Bethlehem, eigenlijk, voor de derde keer het begin zijn van een koninkrijk naar Gods hart.

Kerst gaat dan, pedagogisch gezien, om de terugkeer naar het begin, de geboorte van je eigen geloof… De herinnering aan je eigen kreet van verwachting. Je eigen roep uit de woestijn. Je eigen verlangen van hoop naar het begin van iets moois. Tegelijk misschien ook de herinnering aan het moment en jouw eigen ervaring van misschien wel goddelijke geborgenheid. Het gevoel dat dit kerstverhaal ook jouw verhaal is.

Voor mij geldt zoiets als het begin van dit proces dat God – met zijn liefde onbevlekt – ontvangen is in mijn ziel en dat God telkens komen mag, telkens in Koninklijke (groots) en Bethlehem-achtige (van kleins af) sferen tegelijk. Waar bij Plato de ziel het transcendente behoorde op te zoeken en niet het immanente. Daar lijkt het bij Jezus dat het transcendente met het immanente idealiter samenvalt (of andersom maar dat zal men afdoen als menselijke hoogmoed). Op deze manier beaamt het transcendente de eigenschap van «Alfa én Omega». Blijkbaar gaat het transcendente mij niet alleen voor in het leven en wordt ik vervolgens na het leven opgevangen, maar ook tijdens het leven kan aanwezigheid Gods ervaren worden. Zoals men traditioneel zegt: “Zijn hand laat niet los wat Hij begon”.

Waar men wellicht op basis van existentiële ervaringen in deze geseculariseerde wereld neigt naar een Deïstische God (d.w.z. Zijn hand laat los wat Hij begon). Verleid ik mij ook soms tot deze gedachte, totdat ik het hopeloze nihilisme ervaar, waar het mij niet lukt om me hieraan ten volle toe te vertrouwen.

Kerst herinnert mij, zodoende, aan de vraag hoe de wereld zou kunnen zijn. Hoe ik als mens in den beginne, zo mooi en wijs, gedacht ben. Hoe mijn ziel zoals brood kan zijn voor anderen.

 

Stukje #3 – ,,Wat doen wij als wij bidden?” En ik?

Bidden is een essentieel onderdeel van het christelijk geloof. Dat geloof is dan weer essentieel voor het bidden. Maar het geloof waarin eigenlijk? In een God die almachtig in de hemel is en gebeden verhoort? In Christus Jezus die het mogelijk gemaakt heeft om te bidden met God? In de Heilige Geest die tegelijk jezelf ook in beweging zet? Of in de effectiviteit dat bidden – echt – werkt?

Mijn wereldbeeld is onttoverd d.w.z. gerationaliseerd. Waar mijn voorouders de hand van God(en) zagen – in de natuur, wonderen, kwade geesten, engelen &c. – , moet ik het doen – althans in mijn denken met de magieloze wetenschap. Als voorbeeld kan het verhaal dienen dat Jezus een man ontmoet, Legioen is zijn naam (zie Lucas 8:26-39). De naam, de label, de duiding is bekend: ,,omdat de demonieën met vele in hem zijn binnengekomen.” (v30) Ik zou zeggen en denken: die man is niet goed wijs, hij is aggresief en psychisch onhoudbaar. Maar of dit nu komt door demonen of een onreine geest (v29)? Ik betwijfel het, is het niet de tijdgeest (no pun intended)?

Dat wij bidden is al een vooruitgang in plaats van de vele (smeek/kinder/dieren)offers die met de intentie werden gedaan omwille de God(en) te beïnvloeden – en/of te behagen naar collectieve wens en willekeur. Denk aan de oogst, het weer voor een goede oogst. Er was een causaliteit merkbaar tussen het offer en het resultaat van het offer (zonder offer was het resultaat anders op geen andere mogelijkheid gerealiseerd). Totdat dit niet meer opkon, totdat het geloof in deze causaliteit niet meer opging.

anthony-bloom
“Je gebed behoort naar binnen te zijn gekeerd, niet naar een God in de hemelen, niet naar een God die ver weg is, maar naar God die dichter bij je is dan je denkt.” Aldus Anthony Bloom (bisschop in de 20ste eeuw in Engeland en Ierland)

Wanneer ik “neutraal” zonder specifiek verlangen zou gaan willen bidden is het gemakkelijk. De beïnvloeding is namelijk niet nodig. Op die momenten kan vrij worden gebeden en aan de relatie met God worden gewerkt zonder ten eerste beïnvloeding. Vincent Brümmer vraagt zich af of niet ¨alle vormen van gebed de [persoonlijke] relatie beïnvloeden tussen God en degene die bidt en daarom een werkelijk effect hebben op beiden?¨ (Brümmer, p. 60) Een persoonlijke relatie veronderstelt “dat beide partners in de relatie de status hebben van onafhankelijke persoonlijke actoren, kan ik geen persoonlijke relatie met iemand anders tot stand brengen, als ik niet zowel mijn eigen onafhankelijke status als persoon als die van de ander erken.” (p. 113) Dit betekent dat in deze zin van een persoonlijke relatie het gebed niet een spreken is naar ´boven´ maar naar opzij (of naar binnen volgens Anthony Bloom).

» Brümmer onderscheidt drie vormen van gebed (p. 108) dat ziet er dan zo uit gelet op een persoonlijke relatie tussen God & mens:

(1) Het (vraag)gebed is God aan je zijde verzoeken/uitnodigen:
Huil met mij.
Zoek met mij.
Hoop met mij.
(2) Het (schuld)gebed is God vragen na een tijd van geen (vraag)gebed toch aangeven dat  je God aan je zijde wil:
Vergeef mij dat ik alleen wou huilen. Ik huil het liefst met U.
Vergeef mij dat ik alleen wou zoeken. Ik zoek het liefst met U.
Vergeef mij dat ik alleen wou hopen. Ik hoop het liefst met U.
(3) Het (dank)gebed is God loven en prijzen omwille van wie God is en omwille het aan je zijde zijn:
Dank voor het huilen met mij.
Dank voor het zoeken met mij.
Dank voor het hopen met mij.

De man – want hij heette geen Legioen meer – heeft hem [Jezus] gesmeekt met hem samen te mogen zijn; maar hij laat hem los, zeggend: keer terug naar je huis verhaal al wat God je heeft gedaan! Hij gaat weg [de wegen gaan uit elkaar] heel de stad door predikend al wat Jezus aan hem heeft gedaan. (38-39)

Zo wonderlijk hoe op één of andere manier de vele demonieën de man waren binnengekomen. Zo wonderlijk is het voor altijd beantwoordde (vraag/smeek)gebed want zijn verhaal van bevrijding zou het gevoel van aanwezigheid van Jezus oproepen.

Een gevoel van jaloezie borrelt op! Wat zou ik mijn wereld graag hertovert zien worden. Ik weet op dit moment eigenlijk niet op welke manier. Voor mij is het op dit moment geloven dat de uitnodiging via mijn smeekgebed naar God toe aankomt en die positief wordt beantwoordt. Ik wil het wel. God ook?

Lees verder:

  • Vincent Brümmer, Wat doen wij als wij bidden? Een studie in de wijsgerige theologie. Kampen: KOK Agora, 1985.